De werking van het zenuwstelsel
Na een ingrijpende gebeurtenis of een lange periode van stress kan je zenuwstelsel in de actiestand blijven staan. Je blijft paraat om in actie te komen, ook als het gevaar allang voorbij is. Om te begrijpen waarom je lijf dat doet, helpt het om te weten hoe dat zenuwstelsel eigenlijk werkt.
Voortdurende interactie
Misschien ken je situaties waarin je je onzeker of zelfs bedreigd voelt, zonder te weten waarom. Je kijkt om je heen, niemand anders lijkt er last van te hebben, en toch voelt het voor jou niet prettig. We realiseren het ons niet, maar onbewust registreren we elke dag talloze signalen in onze omgeving. In het contact met anderen pikken we gezichtsuitdrukkingen op, stemtonen, lichaamsbewegingen en nog veel meer. We observeren en communiceren voortdurend met de wereld en met anderen.
Door die interactie wordt vanaf de geboorte ons zelfgevoel gevormd. We leren wie we kunnen vertrouwen en wat of wie gevaarlijk voor ons voelt. Je lichaam verwerkt dit soort informatie voortdurend, sneller dan je denken erbij kan.
De waakzaamheid van het autonome zenuwstelsel
Een groot deel van dat registreren gebeurt in je autonome zenuwstelsel: het deel van je zenuwstelsel dat ook je hartslag, je ademhaling en je spijsvertering regelt, zonder dat je erover hoeft na te denken. Als je daarbij stilstaat, realiseer je je hoe vernuftig het werkt. Hoe je lijf voor je zorgt en steeds zoekt naar balans.
Datzelfde systeem helpt je ook bij het scannen van, en reageren op, signalen van gevaar. Daarbinnen zijn drie afzonderlijke systemen aan het werk.
Het ventrale vagale systeem
Het ventrale vagale systeem wordt ook wel het social engagement-systeem genoemd. Het is evolutionair het jongste systeem en komt alleen bij zoogdieren voor. Dit systeem zorgt er bijvoorbeeld voor dat we bij een conflict met elkaar kunnen blijven praten in plaats van meteen te vechten, te vluchten of te bevriezen. Het speelt een wezenlijke rol in ons vermogen tot contact en is sterk verbonden met de prefrontale cortex en met het hart. Een belangrijke functie: het begrenst de vecht-, vlucht- en bevriezingsreacties.
In de sessies is dit systeem de stille basis van het werk. Er is ruimte en geen oordeel, jij bepaalt het tempo en hoe ver je gaat. Pas als je systeem veiligheid registreert, kan de waakzaamheid terugschakelen. Daarom beginnen we ook niet bij het zwaarste, maar bouw je eerst stevigheid op.
Het sympathische systeem
Het sympathische systeem zet het lichaam aan tot actie bij gevaar: de vecht-vluchtreactie. Het is gericht op mobilisatie en uit zich vooral in romp en ledematen. Kenmerkend als dit systeem actief is: een verhoogde hartslag, een snelle stoot adrenaline, je schrap zetten, jezelf beschermen of pantseren, in een fractie van een seconde wegduiken of wegrennen. Dit systeem is lastig tot rust te brengen, omdat het primair op actie is gericht. Evolutionair is het veel ouder: het is al aanwezig vanaf het niveau van reptielen en vissen.
Als opgebouwde spanning in een sessie ruimte krijgt, kun je dat in je lijf merken: warmte die vrijkomt, impulsen om te bewegen, een verhoogde hartslag of ademhaling, emotie die loskomt, trillingen of schokjes. Dat is geen teken dat er iets misgaat. Het is spanning die eindelijk kan ontladen.
Het parasympathische (dorsale) systeem
Het parasympathische systeem is het oudste systeem in ons zenuwstelsel. Het is gericht op het besparen van energie en op overleven. De reactie die erbij hoort is bevriezen: verstijven, je ‘voor dood houden’, dissociëren. Naast processen van herstel is dit systeem bij gevaar gericht op freeze, en op shutting down als dat niet helpt. De dorsale tak van de nervus vagus laat het organisme bij gevaar inkrimpen en vertraagt de lichaamsfuncties.
In een sessie kan dit systeem voelbaar zijn als leegte, afwezigheid, een lage hartslag of een vlakke ademhaling. Ook dat is informatie, ook niets voelen is een antwoord. En als bevriezing kan ontdooien, kun je alsnog de sympathische ontlading gaan ervaren die hierboven staat.
Ervaren van veiligheid
Een gevoel van veiligheid en veerkrachtig door het leven kunnen gaan, zijn meestal het gevolg van een veilige hechting in de vroegste jaren van je bestaan. Bij veel mensen is dat proces niet optimaal verlopen. Al vroeg ontwikkelen we dan onbewust overlevingsmechanismen om ons staande te houden. Die mechanismen kunnen heel actief zijn (vechten, vluchten) of juist passief (verdwijnen, bevriezen).
Een voortdurend gevoel van dreiging doorbreken
Gedurende het leven zijn er voortdurend triggers die die vecht-, vlucht- en bevriezingsreacties levend houden, terwijl dat nu niet meer nodig is. Er ontstaat een toestand van hyperarousal (sympathisch) of hypoarousal (parasympathisch). Je lijf blijft alert, gespannen, moe van het waakzaam zijn, alsof het nog steeds aan de gang is.
Met een integratieve, lichaamsgerichte begeleiding ga je die activatie zelf opmerken. Niet om er meteen iets mee te moeten, maar omdat je daarmee zicht krijgt op de overlevingsmechanismen die je lange tijd hebben gediend. Zonder dat zicht kun je de activatie makkelijk aanzien voor iets anders: chronische vermoeidheid, somberheid, hopeloosheid.
Er is nog een reden om via het lichaam te werken: een zenuwstelsel dat maanden aanstond, kan niet ontspannen zolang het aanstaat. Begrijpen waar het vandaan komt is waardevol maar je lijf reageert niet op je inzicht. Het reageert op wat het meemaakt: veiligheid, tempo, aandacht zonder oordeel.
Wil je ervaren wat de integratieve, lichaamsgerichte aanpak kan betekenen voor het tot rust brengen van jouw zenuwstelsel? Je bent van harte welkom. Neem contact met mij op of plan direct je afspraak.

